chanoyu
In de zesde eeuw werd uit China de thee samen met het boeddhisme Japan binnengebracht. Daar werd hij in kloosters gebruikt vanwege de gezonde en opwekkende eigenschappen, maar net als bij het boeddhisme duurde het eeuwen voor de thee in Japan echt aansloeg. Vanaf de twaalfde eeuw organiseerde de adel zogenaamde tocha: wedstrijden, waarbij onder meer naar de herkomst van de thee geraden werd. Dit soort bijeenkomsten voor kenners had in de vijftiende eeuw zijn hoogtepunt in de Higashiyama-cultuur onder shogun Ashikaga Yoshimasa. Onder invloed van de monnik Ikkyu plaatste 蜑n van Yoshimasa's latere theeleraren, de priester Murata Shuko, het drinken van thee voor het eerst in de context van Zen en bezinning. Bescheidenheid, eerbied, zuiverheid en afzondering waren daarbij de kernwoorden. De envoudige stijl van Shuko werd soan cha genoemd: thee in een hutje met een dak van stro. De koopman Takeno Jo-o werd zijn opvolger en introduceerde een belangrijk concept toe aan de thee: wabi. Wabi thee was ingetogen en gebruikte eenvoudige, gewone voorwerpen in plaats van ostentatieve, dure stukken.