ikebana
Ikebana of kado is de Japanse bloemsierkunst. Ikeru (leven) en hana (bloem) betekenen samen het tot leven brengen van afgesneden bloemen. Ikebana is net als de andere 鈎o・(wegen) een weg tot zelfrealisatie, het tot rust brengen van de geest en vraagt een levenlang training. In Japan kent ikebana veel verschillende scholen. In Nederland zijn vier hoofdrichtingen het meest bekend: Ikenobo, Ichiyo, Ohara en Sogetsu. Ikenobo is de oudste ryu (school) en heeft een eigen typische stijl (voornamelijk rikka en shoka). De school is ontstaan in Kyoto, in de Rokkakudoji, waar nog steeds de basis aanwezig is. Een van de monniken, Ono-no-Imoko, die bij de vijver een kleine hut had gebouwd, bracht in de 7e eeuw na Christus de bloemsierkunst mee uit China. Daar werden bloemen met name gebruikt om offers te brengen in tempels; grote bronzen vazen werden gevuld met bloemen ter ere van de Boeddha. Deze traditie heeft doorgewerkt in Japan maar werd pas in de 15e eeuw als methodische kunstvorm gebruikt. In die tussen liggende periode werden alleen in tempels grote schikkingen gemaakt (rikka). De shoka-schikkingen werden ook in bronzen vazen gemaakt, alleen minder formeel en eenvoudiger.
In de 12e eeuw werd ikebana met name door de shogun en zijn hofhouding gebruikt als rustpunt. Ikebana werd bij het drinken van thee door de daimyo (veldheren) beoefend om te genieten van de natuur op kleine schaal. Zo is ook een van de basisstijlen in Ikebana ontstaan: nageire (ingeworpen bloem). Nageire doet vermoeden alsof de bloemen in een hoogstaande vaas zijn geworpen. In de 13e eeuw werd ook ikebana be・vloed door Zen en de theeceremonie; in de tokonoma (alkoof) werd naast een kakemono (rolprent) een bloemstuk geplaatst. Meer over de rol die ikebana bij de theeceremonie speelt kunt u elders op deze web site vinden.
In de 19e eeuw ontdekte Onshu Ohara dat men niet alleen in een vaas kan schikken. Hij gebruikte een platte schaal, waarin een klein landschap werd uitgebeeld (moribana). Hij heeft als het ware een tweede basisstijl ontwikkelt, waar veel scholen hun basis in vonden.
Ikebana leert je ruimte te creeren in plaats van ruimte te vullen, maar ook op een andere manier naar de natuur te kijken. Het is als het maken van een schilderij. Je denkt na over de compositie, de kleuren en materialen die gebruikt worden. Het eindresultaat is ogenschijnlijk eenvoudig. Juist deze eenvoud doet een leerling beseffen dat dit jarenlange training en discipline vraagt. Vooral het bevestigen van materialen in een vaas met zogenaamde kubari (steuntak) vraagt discipline, oefening en doorzettingsvermogen. Een beginner is met name bezig met de techniek en de positie van het materiaal. Later wordt een schikking gevoelsmatig opgebouwd, waarbij de techniek als het ware is geintegreerd in de handelingen.
Het basisgereedschap voor het beoefenen van ikebana is een hasami (schaar), een ikebanaschaar, tuinschaar en een aantal kenzan (loden spijkerbedjes). Deze kenzan heb je nodig voor de moribana-schikkingen. Verder wordt er in de nageire-schikking gewerkt met zelfgemaakte steuntakken (kubari). Elke bloem heeft ook zijn eigen betekenis. Door het geven van bloemen geef je niet alleen de bloem maar ook de betekenis daarvan. Zo betekent een lotusbloem puurheid, echtheid. Het irisblad staat symbool voor het zwaard en betekent dapperheid. Bamboe betekent veerkracht en een den staat bijvoorbeeld voor lang leven.
activiteiten bij Shofukan
Naast de reguliere lessen worden bij Shofukan regelmatig demonstraties, workshops en lezingen over ikebana georganiseerd. Houd hiervoor onze agenda in de gaten. De vaste docente is Noriko van der Linden - Momose (Ikenobo). Kijk voor meer informatie op de web site van Ikebana International - The Netherlands Chapter en de Nederlandse Ikebana Club
ikenobo
Ikenobo is de meest oorspronkelijke vorm van ikebana en is ontstaan uit de rituele bloemenoffers aan de geesten van overledenen in boeddhistische tempels. Deze offers dateren al uit de 6e eeuw, toen het boeddhisme in Japan werd ge・troduceerd. De eersten die ikebana beoefenden waren dan ook Japanse priesters; de vroegst bekende daarvan werkte in de Rokkakudo tempel in Kyoto. Omdat deze priester aan de oever van een meer ("ikenobo") woonde, werd de naam Ikenobo voortaan in verband gebracht met priesters die de bloemsierkunst beoefenden.
Vanaf de 15e eeuw kwam een nieuwe vaste stijl in de Ikenoboschool op, voortkomend uit tatebana en rikka genoemd ("staande bloemen"). Men begon de schikkingen toen te gebruiken als decoratie bij ceremoni・e of feestelijke gebeurtenissen. De grotere stukken pasten goed in ruime kastelen. Rikka bestaat uit negen elementen, die elk een eigen betekenis hebben, zoals een heuvel, een waterval of een dal. De rikkastijl symboliseert indrukwekkende elementen van de natuur. Zo staan bijvoorbeeld de takken van dennenbomen voor bergen en witte chrysanten soms voor een rivier of beek. Aan het begin van de 17e eeuw, tijdens de Edoperiode, kwam een nog simpeler stijl op, shoka genoemd. Deze heeft slechts drie elementen, oprijzend uit een punt. Net zoals bij de Oharaschool worden ook de Moribana (schikking in een schaal) en Nageire (vaas) gebruikt.
lessen
Docent
Noriko van der Linden - Momose.
Lestijden
Elke vierde donderdag met in totaal 7 lessen: 26 augustus (Shoka Shofutai Futakabu-ike), 23 september, 28 oktober, 25 november, 27 januari, 24 februari en 26 maart. Wanneer u belangstelling heeft, kunt u contact opnemen met Shofukan.
Lesstof
Ikenobo.
Lesgeld
€112,- voor 7 lessen; materiaal per avond tussen €4,- en €7,-.